We lachen vaak om coaches. Totdat we er zelf één nodig hebben. Dit is een ode aan ons vak. Het vak van coach.
Er wordt inderdaad soms wat lacherig over gedaan. “Iedereen kan coach worden.” “De ene helft van Nederland coacht de andere helft.” Het zijn zinnen die je regelmatig tegenkomt in columns en gesprekken. En eerlijk is eerlijk: ze zijn vaak ook best geestig.
Tegelijkertijd is het waar dat het aantal coaches de afgelopen jaren sterk is gegroeid. Toen ik zo’n twintig jaar geleden begon, waren er naar schatting ongeveer 25.000 coaches in Nederland — vooral business- en loopbaancoaches. Inmiddels zijn dat er rond de 70.000, waaronder ook veel lifestylecoaches en andere varianten.
Juist daarom deze ode. Uit liefde voor het vak. Omdat coaching, als het goed wordt gedaan, meer is dan een label of een hype.
De actualiteit als spiegel
De actualiteit hielp me een handje. Informateur Rianne Letschert zei het zelf, voorafgaand aan de presentatie van het regeerakkoord: de formerende partijen zagen wel iets in haar als ‘Kabinetscoach’. Ik zag het meteen voor me.
Wat mij betreft heeft Letschert veel in zich van wat een goede coach nodig heeft: luisterend, empathisch, spiegelend, nuchter en meervoudig kijkend. Haar uitspraak — “Dan kreeg ik de opmerking: zo doen wij dat nou eenmaal in Den Haag. Ik zei: je kunt het ook een keer anders doen.” — is veelzeggend. Nuchter, zonder franje, en geen speld tussen te krijgen.
Tot zover de lofzang op de beoogd Kabinetscoach. Want ook hier geldt: we gaan het zien. In de voetballerij weten we inmiddels hoe snel het kan gaan: elftal presteert niet, coach weg.
Toch raakt deze metafoor iets wezenlijks. Want als we iemand ‘coach’ noemen op het hoogste politieke niveau, wat verwachten we dan eigenlijk van dat vak?
Wat een goede coach onderscheidt
Na twintig jaar in het vak denk ik dat ik weet wat een goede coach een goede coach maakt. Tegelijkertijd merk ik dat veel beelden over coaching blijven hangen in zichtbare vaardigheden: luisteren, empathie, reflecteren.
Belangrijk, maar dit is niet alles. Goede coaching zit vaak juist in wat minder zichtbaar is. In houding, timing en het vermogen om niet meteen in te grijpen. Hieronder een aantal competenties die voor mij het verschil maken.
- Het kunnen verdragen van ongemak
Niet te snel willen ‘fixen’. Stiltes laten vallen, emoties laten sudderen of een ongemakkelijke waarheid laten hangen. Het kunnen uithouden van het niet-weten. Juist daar ontstaat vaak het echte inzicht. - Oordeelvrij blijven door aannames te toetsen
Nieuwsgierig blijven, ook naar de eigen interpretaties. Hardop kunnen zeggen: “Dit is mijn aanname — klopt die voor jou?” voorkomt dat het proces gestuurd wordt door onbewuste oordelen. - Gevoel voor timing
Niet wat je zegt is doorslaggevend, maar wanneer. Een scherpe vraag op het verkeerde moment sluit af; dezelfde vraag, tien minuten later, opent het gesprek. - De bereidheid om zelf niet centraal te staan
Een professionele coach plaatst het leerproces van de coachee boven de eigen zichtbaarheid. Soms gaat coaching minder over doen, en meer over kunnen zijn. - Spelen met perspectief
Goede coaches schakelen tussen verschillende niveaus: inhoud, patronen, betekenis en identiteit. Ze helpen hetzelfde vraagstuk bekijken als probleem, keuze, les of experiment. - Emotionele zelfregulatie
Een coach die eigen spanning, irritatie of reddingsdrang kan herkennen en verdragen, biedt veiligheid. Niet alleen door empathie, maar vooral door innerlijke stabiliteit. - Confronterend kunnen zijn met behoud van verbinding
Niet hard, niet zacht, maar raak. Effectieve confrontatie is helder en respectvol. Iets scherps kunnen benoemen zonder dat de ander dichtklapt, vraagt finesse en vakmanschap. - Vertrouwen in het proces (ook als het rommelig is)
Ontwikkeling verloopt zelden lineair. Goede coaches blijven rustig als het tijdelijk stagneert, onzeker wordt of oude patronen terugkeren.
Een traject dat te lang duurt gaat over afhankelijkheid
Ik ben geen voorstander van ellelange trajecten. Na vijf of zes sessies zou een coachee of team zichzelf verder moeten kunnen ontwikkelen met de opgedane inzichten. Niet omdat het werk dan ‘af’ is, maar omdat eigenaarschap een essentieel onderdeel is van groei.
Meer dan een klus
En soms is coaching ook meer dan een klus. Een herijking. Een bewustwordingsproces. Een moment waarop belangen groter zijn dan de individuele vraag.
Letschert veegde vanaf 9 december 2025 haar agenda leeg. Universiteit Maastricht en gezin moesten tijdelijk wijken voor het landsbelang. Als zij daadwerkelijk Kabinetscoach wordt, is deze opdracht waarschijnlijk geen traject van vijf of zes sessies.
Is dat een verrijking van de politiek of een verarming van het onderwijs? Ik denk dat het én-én kan. Rianne coacht het kabinet en geeft tegelijkertijd het onderwijs een zetje. Positiviteit is ook een kwaliteit van een goede coach. Daarom deze ode aan de coach, ondanks alle kwinkslagen.
Wanneer noem jij iets coaching, en wanneer niet meer?