Op zoek naar het verhaal achter de taal

Mensen kunnen prima voor zichzelf zorgen. Dat doen ze dan ook. En daarnaast willen ze gevonden en gezien worden. Hoe kennen we dat niet vanuit onze kindertijd wanneer we verstoppertje speelden. Als het te lang duurde voordat we werden gevonden dan zorgde we er op subtiele wijze wel voor dat we in het oog sprongen.

 

We willen gevonden worden en toch, als bescherming van onze kwetsbaarheid, verhullen we onszelf en ons ware verlangen vaak met woorden. We willen af van de eenzaamheid, van het alleen dragen van de last en toch, het vrijuit vragen om hulp of steun past ons niet. De rol van de coach is om de coachee zichzelf te laten vinden. De coach gebruikt daarbij de taal van de coachee als ingang naar zijn verhaal. De gesproken woorden vormen de aanleiding om de coachee te verbinden met zichzelf om van daaruit zich te kunnen verbinden met anderen en met omarmde doelen.

Dit proces van via de taal doorpakken naar het dieper liggende verhaal vraagt om lef. Het lef van coach en coachee om samen op reis te gaan naar nog onbekende bestemmingen. Het lef om de ongemakkelijkheden niet uit de weg te gaan wanneer wordt aangeraakt wat zichtbaar wil worden en tegelijkertijd verborgen wil blijven. Het lef om op zoek te gaan naar genomen besluiten in het verleden die blokkerend werken in het vertonen van gewenst gedrag in het heden en het realiseren van gewenste doelen in de toekomst. Het lef om in te zien dat het nooit te laat en te ver is om actie te ondernemen. Het lef om de stilte te doorbreken en in beweging te komen. Het lef om dat te doen wat dienend is ook al ligt de hulpvraag verborgen in het labyrint van de taal. Het lef om dat te doen wat zorgt voor verbinding.   

Tot lef!