Wie stopt met beter te worden, stopt met goed te zijn.

Polariteiten

Omdat het koninklijk servies slechts uit twaalf borden bestond, trok de koning één uitnodiging in. Het doopfeest vond plaats en de wijze vrouwen schonken het kind hun wonderbaarlijkste gaven. Zij wensten het prinsesje geluk toe, innerlijke vrede, schoonheid, creativiteit en alles wat er op de wereld maar te wensen was. Een ieder proostte op haar welzijn. In deze feestvreugde betrad plotseling de dertiende fee de zaal. Haar woede en wraakzucht deden de hele ruimte verstillen. Met harde stem sprak ze: Alle wensen die het koningskind zijn toebedacht, zullen in hun tegendeel veranderen. Geluk wordt ongeluk, innerlijke vrede wordt eeuwigdurende onrust, licht wordt schaduw, creativiteit wordt zinloosheid. Zo keerde de onuitgenodigde fee alle gaven om. In doodse stilte verliet zij het feest, de mensen in angst en ontsteltenis achterlatend. Tot een stem de beklemming doorbrak. Het was de twaalfde fee, die nog niet aan de beurt was geweest: Ik zou het prinsesje nog graag iets toewensen. Al kon zij de vervloeking niet ongedaan maken, zij kon haar wel verzachten. Helder klonk haar stem door de paleiszaal: De prinses zal het vermogen krijgen om te leren gaan met wat ze tegenkomt. Het vermogen om de polariteiten van het leven met elkaar te verbinden.