Een talent dat niet dagelijks groeit, gaat dagelijks een stukje achteruit.

Stilte en hoop

Stilte; vanuit de ruimte voor stilte ontstaat ruimte voor reflectie. Die heb ik nodig om me te kunnen verbinden met wat er werkelijk voor mij toe doet. Zo krijgt onder andere hoop vorm. Hoop die richting geeft aan mijn handelen zonder zeker te kunnen zijn over het resultaat. Een hoop die mij houvast geeft in goede en in minder goede tijden. De Tsjechische schrijver en politicus Vaclav Havel schreef er het volgende over.

Diep in onszelf dragen wij hoop. Is ze niet daar dan is ze nergens. Hoop is een kwaliteit van de ziel en hangt niet af van wat er in de wereld gebeurt. Je kunt dat aan niemand delegeren. Hoop is niet voorspellen of vooruitzien. Het is een gerichtheid van de geest, een gerichtheid van het hart. Hoop in deze diepe en krachtige betekenis is niet hetzelfde als vreugde omdat het goed gaat of bereidheid om je in te zetten voor wat op succes afstevent. Hoop is het vermogen om ergens voor te werken omdat het goed is, niet omdat het kans van slagen heeft.

Hoop is beslist niet hetzelfde als optimisme. Het is niet de overtuiging dat iets goed zal aflopen, maar de zekerheid dat iets ertoe doet ongeacht de afloop. Het is hoop, meer dan wat dan ook, die ons de kracht geeft om te leven en voortdurend nieuwe dingen uit te proberen, zelfs in omstandigheden die hopeloos lijken.*

Mijn hoop gaat over het creëren van verbinding. Over het ware ontmoeten van mijzelf om me van daaruit te verbinden met anderen. Mijn hoop gaat over het leveren van de bijdrage dat mensen zich vanuit verbinding met hun zijn gelukkiger en effectiever worden in hun doen. Dat ze zich zo kunnen verbinden met zichzelf, anderen en hun organisatie. Dat is mijn hoop. Dat is wat er wezenlijk toe doet voor mij.

 

*Uit: Disturbing the peace, 1986