Zonder richting is elke weg goed.

Wie leert wat?

Vroeger leerden we tot mid-twintig, daarna gingen we werken en brachten we het geleerde zoveel mogelijk in de praktijk. Of je gooide tussentijds het roer om. Tegenwoordig is een organisatie een sociale plek waar leren en werken samenvallen, in tijd en in beleving.

Het begrip de lerende organisatie houdt me al een tijd je bezig. Een organisatie die aan het leren is? Huh? Alsof de organisatie een eigen identiteit heeft, met bewustzijn en een eigen wil om keuzes te maken. Het onderwerp in een zin.

Dat de organisatie een eigen identiteit heeft, dat zie ik wel; de organisatiecultuur noem ik dat. Een organisatie die bewust keuzes maakt, dat gaat er bij mij niet in. Dat blijft toch mensenwerk. ‘Cultuur is het collectieve gedag van mensen in een organisatie’ zeg ik vaak.

Ook Wikipedia biedt geen licht in de duisternis: Een lerende organisatie bevordert de scholing en ontwikkeling van al haar leden om zichzelf voortdurend aan te passen aan haar veranderende omgeving. Wikipedia, juli 2014.  Alsof die lerende organisatie de medewerkers zo nu en dan naar de studeerkamer stuurt. Duuuhhh!

Verdere verdieping in de lerende organisatie levert het volgende op: De gedachte bij een lerende organisatie is, dat mensen werkelijk veranderen als mensen leren, als zij nieuwe vaardigheden leren en leren deze vaardigheden toe te passen in hun werkzaamheden om hun gezamenlijke ambitie te verwezenlijken (Senge, 1990, p.12). Er ontstaat dan
persoonlijke groei die een positief effect heeft op het presteren van de
organisatie. Een organisatie die leert bestaat niet (Caluwé en Vermaak, 2006). Wel de mensen in deze organisatie, individueel of in groepjes.

Kijk, dat begrijp ik beter: de mens maakt dat de organisatie leert en daardoor werkt de organisatie en ook de mens beter. Betere resultaten en gelukkigere mensen dus. Dan valt alles op z’n plek.  Dat maakt de persoons- en teamgebonden benadering die ik doorgaans kies, ook in organisatiecoaching, relevant. Van macro naar micro.

Dat maakt ook de vraag ‘Wat is een goed leven en wat is de status van arbeid daarin?’ relevant.

Een vraag die ik blijf stellen, ook als ik in gesprek ben met ex-werknemers die het onderwerp zijn in ontslagrondes bij grote bedrijven. Deze medewerkers hebben al werkende geleerd en zijn op zoek naar een organisatie waar ze dat geleerde al werkende in de praktijk kunnen brengen. Ik beschouw het als mijn taak om te voorkomen dat ze zich lijdend voorwerp gaan voelen.